Direct naar hoofdmenu / zoekveld

Wettelijk kader

Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) vervangt de vroegere Commissie voor Openbare Onderstand.
Het is een openbare instelling, maar zij maakt geen deel uit van het gemeente- of stadsbestuur. Een OCMW werkt autonoom. De oprichting en de werking wordt geregeld door de wet van 8 juli 1976 (de organieke wet op de OCMW’s).

Maatschappelijke dienstverlening en menselijke waardigheid

Artikel 1 van deze wet verwoordt onze opdracht als volgt:
'Elke persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze heeft tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. Er worden Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn opgericht die, onder de door deze wet bepaalde voorwaarden, tot opdracht hebben deze dienstverlening te verzekeren.'
Het is echter onduidelijk wat er onder het 'recht op maatschappelijke dienstverlening' precies wordt verstaan. Elk OCMW moet deze opdracht zelf invullen, afhankelijk van de individuele of collectieve behoeften in de gemeente.

Enkele wetten

Ons werkingsgebied is, zowel territoriaal als functioneel, erg ruim en de hulpverlening zeer verschillend. Vele wetten zijn dan ook van toepassing op onze werking.
De belangrijkste sommen we even op:
• wet van 27 juni 1956 betreffende het Speciaal Onderstandsfonds;
• wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun, verleend door de OCMW’s;
• wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
• organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn;
• decreet van 5 maart 1985 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van voorzieningen voor bejaarden;
...